Geschiedenis
In de jaren ‘70 ontstond het opleidingsaanbod Nederlands tweede taal (NT2) binnen lokale vrijwilligersinitiatieven. Dit opleidingsdomein viel buiten het reguliere volwassenenonderwijs.
Zowel vanuit het Vlaamse beleid als vanuit de diverse aanbieders wilde men een meer gecoördineerd NT2-beleid. De twee eerste rondetafelconferenties van 1993 en 2002 waren hier een eerste antwoord op. Ze leidden tot de professionalisering en institutionalisering van het NT2- landschap.
Over de doelgroepen werden afspraken gemaakt tussen de grote aanbodverstrekkers. De einddoelen Nederlands werden beschreven voor de vaardigheden:
De subsidies voor het vrijwilligersaanbod NT2 werden in de jaren ’90 volledig afgebouwd door het Ministerie van Gezin en Welzijn.
Ondertussen evolueerde ook het minderhedenbeleid. In de jaren ‘90 groeide het besef dat migratie een blijvend verschijnsel is waardoor de nood aan een effectief onthaalbeleid zich opdrong.
Het inburgeringsdecreet werd van kracht in 2003 en voorzag in een primair inburgeringstraject waarbij de nieuwkomer Nederlandse taallessen en lessen maatschappelijke oriëntatie zou krijgen.
De kennis van het Nederlands werd hierbij aanzien als één van de belangrijkste doelstellingen en een noodzakelijke voorwaarde om te kunnen deelnemen aan de samenleving. Via de lessen maatschappelijke oriëntatie in eigen taal, leren nieuwkomers de waarden en normen, rechten en plichten van de samenleving kennen.
Het nieuwe onthaal- en inburgeringsbeleid leidde tot een grote populariteit van het NT2-aanbod, maar, als keerzijde van de medaille, ook tot een gebrek aan coördinatie en efficiëntie. Er ontstond een scherpere concurrentie tussen de verschillende opleidingsverstrekkers NT2, in het nadeel van de kandidaat-cursist. Daarenboven kon het aanbod NT2 het groeiende aantal cursisten NT2 niet aan en ontstonden er sinds 2000 wachtlijsten NT2. De organisatie van bijkomend aanbod NT2 verliep weinig gecoördineerd en het ontbrak aan gegevens over de afstemming tussen vraag en aanbod en wachtlijsten NT2. Daarnaast bleef het erg onduidelijk of cursisten steeds goed georiënteerd werden en was er, na inschrijving, geen zicht op eventuele uitval van cursisten NT2. Volgens de toenmalige Minister van onderwijs, Marleen Vanderpoorten, was er dringend nood aan een coördinatie-, registratie- en opvolgingssysteem.
De rondetafelconferentie van 2002 bleek een keerpunt én het startschot van het pilootproject “Huizen van het Nederlands”. Het decreet betreffende de Huizen van het Nederlands (2004) creëerde uiteindelijk een structureel en wettelijk kader voor de oprichting van 8 Huizen van het Nederlands.
De Huizen van het Nederlands (HvN) zijn een initiatief van de Vlaamse Gemeenschap en vallen onder de bevoegdheid van minister Geert Bourgeois. Sinds 2005 zijn er in Vlaanderen acht Huizen van het Nederlands. Het Huis van het Nederlands Provincie Antwerpen vzw is een samenwerkingsverband tussen
Het Huis van het Nederlands is de toegangspoort tot het aanbod Nederlands tweede taal (NT2) en heeft als decretale opdracht:
- optimaliseren van de dienstverlening ten aanzien van anderstaligen die Nederlands willen leren
- oriënteren van deze anderstaligen naar het geschikte aanbod NT2
- optimaliseren van het aanbod NT2
- ondersteunen van het Vlaamse inburgeringsbeleid